
Problemen oplossen
159
Het beeld is wazig.
•
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen op het onderwerp en druk de knop
daarna volledig in om een opname te maken (p. 22).
• Maak een opname op de juiste scherpstelafstand van het onderwerp (p. 178).
• Stel [AF-hulplicht] in op [Aan] (p. 151).
• Controleer of functies die u niet wilt gebruiken (macro, enzovoort), niet zijn ingesteld.
• Maak opnamen met de focusvergrendeling of AF-vergrendeling (p. 89, 92).
Ook als u de ontspanknop half indrukt, verschijnt het AF-kader niet en stelt
de camera niet scherp.
• Als u richt op contrasterende lichte en donkere gebieden van het onderwerp en de
ontspanknop half indrukt, of als u de ontspanknop meerdere malen half indrukt,
verschijnt het AF-kader en stelt de camera scherp.
Het onderwerp is te donker.
• Stel de flitser in op h (p. 81).
• Pas de helderheid aan met belichtingscompensatie (p. 81).
• Pas het beeld aan met i-Contrast (p. 84, 129).
• Gebruik spotmeting of AE-vergrendeling om opnamen te maken (p. 95, 96).
Het onderwerp is te licht (overbelicht).
• Stel de flitser in op ! (p. 54).
• Pas de helderheid aan met belichtingscompensatie (p. 81).
• Gebruik spotmeting of AE-vergrendeling om opnamen te maken (p. 95, 96).
• Verminder de belichting van het onderwerp.
Het beeld is donker hoewel de flitser is gebruikt (p. 25).
• Maak de opname met de juiste afstand voor het gebruik van de flitser (p. 81).
• Verhoog de ISO-waarde (p. 83).
De opname die is gemaakt met de flitser, is te licht (overbelicht).
• Maak de opname met de juiste afstand voor het gebruik van de flitser (p. 81).
• Stel de flitser in op ! (p. 54).
Er verschijnen witte stippen in het beeld als ik een opname maak met
de flitser.
•
Het licht van de flitser wordt weerspiegeld door stofdeeltjes of andere voorwerpen in de lucht.
Het beeld is onzuiver of korrelig.
• Maak opnamen met een lagere ISO-waarde (p. 83).
• Afhankelijk van de opnamemodus kan het beeld onzuiver of korrelig lijken als
u opnamen maakt met een hoge ISO-waarde (p. 65, 66).
Ogen worden rood weergegeven (p. 98).
• Stel [Lamp Aan] in op [Aan] (p. 151). Als u opnamen maakt met de flitser, gaat de lamp
(aan de voorkant van de camera) aan (p. 40) en gedurende ongeveer 1 seconde, terwijl
de camera rode ogen tegengaat, is het niet mogelijk opnamen te maken. Deze functie
is doeltreffender als het onderwerp direct naar de lamp kijkt. U krijgt nog betere
resultaten als u de verlichting binnenshuis verbetert of dichter bij het onderwerp gaat
staan.
• Corrigeer beelden met rode-ogencorrectie (p. 130).
Kommentare zu diesen Handbüchern