
47
Opnamen maken – Basisfuncties
z
Maak elk kader zodanig dat er 30 tot 50%
van het aangrenzende beeld wordt overlapt.
Zorg dat de verticale verschuiving niet groter
is dan 10% van de beeldhoogte.
z
Neem geen bewegende beelden op in het
overlappende gedeelte.
z
Voeg geen beelden samen waarop zowel
onderwerpen veraf als dichtbij staan. Deze
onderwerpen kunnen dan scheef of dubbel
lijken.
z
Zorg dat de helderheid in elk beeld consis-
tent is. Het uiteindelijke beeld zal onnatuurlijk
lijken bij een te groot verschil in helderheid.
z
Laat de camera meedraaien (pannen) tijdens het
maken van de achtereenvolgende opnamen.
z
Als u close-ups wilt maken, schuift u de
camera over het onderwerp. Houd de
camera tijdens het bewegen op één lijn
met het onderwerp.
Opnamen maken
1
Stel de modusknop in op .
2
Selecteer of in het menu
z Zie
De opnamemodus selecteren (p. 35
).
3
Maak de eerste opname.
z
De instellingen voor belichting en witbalans worden
bepaald en vastgezet bij de eerste opname.
4
Maak de compositie en
de opname van het
tweede beeld zodanig
dat deze het eerste
beeld overlapt.
z
Kleine afwijkingen in de
overlapping kunnen wor-
den gecorrigeerd met de
software.
z
Een beeld kan opnieuw worden genomen.
Druk op of om terug te keren naar dat frame.
Reeks
Kommentare zu diesen Handbüchern