
21
Voordat u de camera gebruikt – Basishandelingen
De camera is uitgerust met een spaarstand. In de volgende
gevallen wordt de camera uitgeschakeld. Druk op de aan/uit-knop
om de camera weer in te schakelen.
* Deze tijdsduur kan worden gewijzigd.
Spaarstand
Opnamemodus Ongeveer drie minuten nadat er voor het laatst
een camerafunctie is gebruikt, wordt de camera
uitgeschakeld. Eén minuut* nadat er voor het
laatst een camerafunctie is gebruikt, wordt het
LCD-scherm automatisch uitgeschakeld, zelfs als
[Automatisch uit] is ingesteld op [Uit]. Druk op een
andere knop dan de aan/uit-knop of wijzig de
stand van de camera om het LCD-scherm weer in
te schakelen.
Weergavemodus
Aangesloten op
een printer
Ongeveer vijf minuten nadat er voor het laatst
een camerafunctie is gebruikt, wordt de camera
uitgeschakeld.
z De energiebesparingsfunctie wordt niet ingeschakeld bij
automatisch afspelen of wanneer de camera is aangesloten
op een computer.
z De instellingen van de spaarstand kunnen worden
gewijzigd (p. 26).
Kommentare zu diesen Handbüchern