
55
Veelgebruikte functies voor
opnamen
Dit hoofdstuk beschrijft het maken van opnamen in speciale
omstandigheden en het gebruik van basisfuncties, zoals de
zelfontspanner en het uitschakelen van de flitser.
• In dit hoofdstuk wordt verondersteld dat de camera is ingesteld op de
modus A voor de gedeelten “De flitser uitschakelen” (p. 56) tot “De
zelfontspanner gebruiken” (p. 61). Wanneer u opnamen maakt in een
andere modus dan A, moet u controleren welke functies beschikbaar
zijn in die modus (p. 184 – 185).
• In “Opnamen maken in omgevingen met weinig licht (Donkere omgeving)”
(p. 62) tot “Opnamen maken die lijken op een miniatuurmodel
(Miniatuureffect)” (p. 74) wordt verondersteld dat de bijbehorende modus
is geselecteerd.
3
Kommentare zu diesen Handbüchern