
Instellingen voor opnamefuncties wijzigen
115
De wijze waarop het beeld wordt weergegeven
meteen na de opname wijzigen
U kunt de wijze waarop het beeld wordt weergegeven meteen na de opname
wijzigen.
z Selecteer [Terugkijken] en druk op de
knoppen qr om een optie te selecteren.
De sjabloon weergeven
U kunt verticale en horizontale rasterlijnen weergeven, of een uitsnede van 3:2,
om het afdrukbare gebied voor 90 x 130 mm en voor een briefkaart aan te duiden.
z Selecteer [Disp. Sjabloon] en druk op de
knoppen qr om een optie te selecteren.
Uit Geeft alleen het beeld weer.
Details
Uitgebreide informatieweergave
(p. 128).
Focus check
Het gebied binnen het AF-kader
wordt vergroot weergegeven,
zodat u de focus kunt
controleren. De procedure is
hetzelfde als in “De focus
controleren” (p. 89).
Uit –
Raster
Een raster wordt over het scherm
geplaatst.
Uitsnede
Boven en onder in het scherm
verschijnen grijze balken. Dit
gebied wordt niet afgedrukt als u
afdrukt op papier met een
verhouding van 3:2.
Beide
De rasterlijnen en de uitsnede
worden beide weergegeven.
• In kunt u [Uitsnede] of [Beide] niet instellen.
• De rasterlijnen worden niet opgeslagen bij de opname.
• De gebieden die met de optie [Uitsnede] grijs worden weergegeven, zijn
gebieden die niet worden afgedrukt. Het vastgelegde beeld bevat ook de
gedeelten in de grijze gebieden.
Kommentare zu diesen Handbüchern