
Problemen oplossen
122
•
Controleer of functies die u niet wilt gebruiken (macro, enzovoort), niet zijn ingesteld.
•
Maak opnamen met de focusvergrendeling of AF-vergrendeling (pp. 74, 76).
Ook als u de ontspanknop half indrukt, verschijnt het AF-kader niet en stelt de
camera niet scherp.
•
Als u richt op contrasterende lichte en donkere gebieden van het onderwerp en de ontspanknop
half indrukt, of als u de ontspanknop meerdere malen half indrukt, verschijnt het AF-kader en
stelt de camera scherp.
Het onderwerp is te donker.
•
Stel de flitser in op
h
(p. 67).
•
Pas de helderheid aan met belichtingscompensatie (p. 67).
•
Gebruik spotmeting of AE-vergrendeling om opnamen te maken (pp. 76, 77).
Het onderwerp is te licht (overbelicht).
•
Stel de flitser in op
!
. (p. 48).
•
Pas de helderheid aan met belichtingscompensatie (p. 67).
•
Gebruik spotmeting of AE-vergrendeling om opnamen te maken (pp. 76, 77).
•
Verminder de belichting van het onderwerp.
Het beeld is donker hoewel de flitser is gebruikt (p. 22).
•
Maak de opname met de juiste afstand voor het gebruik van de flitser (p. 67).
•
Verhoog de ISO-waarde (p. 69).
De opname die is gemaakt met de flitser, is te licht (overbelicht).
•
Maak de opname met de juiste afstand voor het gebruik van de flitser (p. 67).
•
Stel de flitser in op
!
. (p. 48).
Er verschijnen witte stippen in het beeld als ik een opname maak met de flitser.
•
Het licht van de flitser wordt weerspiegeld door stofdeeltjes of andere voorwerpen in de lucht.
Het beeld is onzuiver of korrelig.
•
Maak opnamen met een lagere ISO-waarde (p. 69).
•
Afhankelijk van de opnamemodus kan het beeld onzuiver of korrelig lijken als u opnamen maakt
met een hoge ISO-waarde (pp. 59, 60).
Ogen worden rood weergegeven (p. 79).
•
Stel [Lamp Aan] in op [Aan] (p. 114). Als u opnamen maakt met de flitser, gaat de lamp (aan de
voorkant van de camera) aan (p. 36) en gedurende ongeveer 1 seconde, terwijl de camera rode
ogen tegengaat, is het niet mogelijk opnamen te maken. Deze functie is doeltreffender als het
onderwerp direct naar de lamp kijkt. U krijgt nog betere resultaten als u de verlichting
binnenshuis verbetert of dichter bij het onderwerp gaat staan.
•
Corrigeer beelden met rode-ogencorrectie (p. 96).
Het schrijven van opnamen naar een geheugenkaart verloopt traag of het maken
van continu-opnamen gaat langzamer.
•
Voer een Low Level Format uit van de geheugenkaart in de camera (p. 110).
Kan geen instellingen kiezen voor opnamefuncties of het menu FUNC.
•
Welke opties u kunt instellen, is afhankelijk van de opnamemodus. Raadpleeg ''Beschikbare
functies per opnamemodus'' en ''Opnamemenu'' (pp. 130 – 135).
Kommentare zu diesen Handbüchern