
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
GPS-functies
gebruiken
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
101
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
GPS-functies
gebruiken
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
4 Sla het beeld op als een nieuw
beeld en bekijk dit.
Voer de stappen 4 – 5 in “Het formaat
van beelden wijzigen” (=
100) uit.
• Beelden die zijn opgenomen met een resolutie van [ ] (=
46)
of waarvan het formaat is gewijzigd in [ ] (=
99), kunnen niet
worden bewerkt.
• Beelden waarvoor bijsnijden wordt ondersteund, behouden dezelfde
verhouding na het bijsnijden.
• Bijgesneden beelden hebben een lagere resolutie dan niet-bijgesneden
beelden.
Foto’s
De kleurtoon van een beeld wijzigen (My
Colors)
U kunt de kleuren van een beeld wijzigen en het gewijzigde beeld opslaan
als een apart bestand. Zie “De kleurtoon van een beeld wijzigen (My
Colors)” (=
72) voor meer informatie over elke optie.
1 Selecteer [My Colors].
Druk op de knop <n> en kies [My
Colors] op het tabblad [1] (=
28).
2 Selecteer een beeld.
Druk op de knoppen <q><r> om een
beeld te kiezen en druk vervolgens op de
knop <m>.
3 Selecteer een optie.
Druk op de knoppen <q><r> om een
optie te selecteren en druk vervolgens op
de knop <m>.
4 Sla het beeld op als een nieuw
beeld en bekijk dit.
Voer de stappen 4 – 5 in “Het formaat
van beelden wijzigen” (=
100) uit.
• Als u beelden meerdere keren op deze manier bewerkt, neemt de
kwaliteit geleidelijk af en krijgt u mogelijk niet de gewenste kleur.
Kommentare zu diesen Handbüchern