
126
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Voorblad
Vóór gebruik
Algemene
bediening camera
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
Andere
opnamemodi
Tv-, Av-, M- en
C-modus
Afspeelmodus
Wi-Fi-functies
Menu
Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Basishandleiding
P-modus
Foto's
Trimmen
U kunt een gedeelte van een beeld opgeven om als afzonderlijk
afbeeldingsbestand op te slaan.
1 Selecteer [Trimmen].
Druk op de knop <n> en selecteer
vervolgens [Trimmen] op het tabblad [1]
(=
26).
2 Selecteer een beeld.
Druk op de knoppen <q><r> of draai de
knop <7> om een beeld te selecteren en
druk vervolgens op de knop <m>.
3 Pas het bijsnijgebied aan.
Er verschijnt een kader rond het gedeelte
van het beeld dat u wilt bijsnijden.
Het oorspronkelijke beeld wordt
linksboven in het scherm weergegeven
en een voorbeeld van het bijgesneden
beeld wordt rechtsboven weergegeven.
Om de grootte van het kader te wijzigen,
beweegt u de zoomknop.
Om het kader te verplaatsen drukt u op
de knoppen <o><p><q><r>.
Als u de richting van het kader wilt
wijzigen, drukt u op de knop <m>.
Gezichten die op het beeld zijn
gedetecteerd, worden weergegeven in
grijze kaders in het beeld linksboven. Als
u het beeld wilt bijsnijden op basis van dit
kader, draait u de knop <7> om over te
schakelen naar het andere kader.
Druk op de knop <n>.
Resolutie na bijsnijden
bijsnijden
4 Sla het beeld op als een nieuw
beeld en bekijk dit.
Voer de stappen 4-5 in "Het formaat van
beelden wijzigen" (=
125) uit.
• Beelden die zijn opgenomen met een resolutie van [
] (=
48)
of waarvan het formaat is gewijzigd in [
] (=
125), kunnen niet
worden bewerkt.
• RAW-beelden kunnen niet worden bewerkt.
• Beelden waarvoor bijsnijden wordt ondersteund, behouden dezelfde
verhouding na het bijsnijden.
• Bijgesneden beelden hebben een lagere resolutie dan niet-bijgesneden
beelden.
• Als u beelden die zijn opgenomen met Gezichts-ID (=
42) bijsnijdt,
blijven alleen de namen behouden van de personen die nog steeds in het
bijgesneden beeld voorkomen.
• Als u het kader wilt verplaatsen, sleept u een van de beelden op het scherm
in stap 3.
• U kunt het formaat van kaders ook wijzigen door uw vingers samen te knijpen
of te spreiden (=
115) op het scherm in stap 3.
Foto's
De kleurtoon van een beeld wijzigen
(My Colors)
U kunt de kleuren van een beeld wijzigen en het gewijzigde beeld opslaan
als een apart bestand. Zie "De kleurtoon van een beeld wijzigen (My
Colors)" (=
79) voor meer informatie over elke optie.
1 Selecteer [My Colors].
Druk op de knop <n> en kies [My
Colors] op het tabblad [1] (=
26).
Kommentare zu diesen Handbüchern