
75
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Voorblad
Vóór gebruik
Algemene
bediening camera
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
Andere
opnamemodi
Tv-, Av-, M- en
C-modus
Afspeelmodus
Wi-Fi-functies
Menu
Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Basishandleiding
P-modus
Foto's
Auto Exposure-bracketing (AEB-opname)
Steeds als u een opname maakt, worden drie opeenvolgende beelden
opgeslagen met verschillende belichtingsniveaus (standaardbelichting,
onderbelichting en overbelichting). U kunt de mate van onder- of
overbelichting aanpassen in stappen van 1/3 in een bereik van –2 tot +2
(ten opzichte van standaardbelichting).
1 Selecteer [ ].
Druk op de knop <m>, selecteer [ ] in
het menu en selecteer vervolgens [
]
(=
25).
2 Congureerdeinstelling.
Druk op de knop < > en pas de
instelling aan door op de knoppen
<q><r> te drukken of door de knop
<7> te draaien.
• AEB-opname is alleen beschikbaar in de modus [!] (=
89).
• Continu-opnamen maken (=
80) is niet mogelijk in deze modus.
• Wanneer belichtingscompensatie al in gebruik is (=
71), wordt de
opgegeven waarde voor deze functie behandeld als het standaard
belichtingsniveau voor deze functie.
• U kunt het instellingenscherm van stap 2 ook openen door te drukken op de
knop <n> wanneer het belichtingscompensatiescherm (=
71) wordt
weergegeven.
• Er worden drie opnamen gemaakt, ongeacht het aantal dat is opgegeven in
[$] (=
40).
• In de modus [Knipperdetectie] (=
51) is deze functie alleen beschikbaar
voor de laatste opname.
• Als u het instellingenscherm in stap 2 wilt openen, kunt u tikken
op [
] op het scherm in stap 1 of tikken op [ ] in het
belichtingscompensatiescherm (=
71).
• Ukuntdezeinstellingookcongurerendooropdebalkinhet
instellingenscherm in stap 2 te tikken of deze te slepen om een waarde op te
geven en vervolgens op [
] te tikken.
Foto's
De helderheid corrigeren (i-Contrast)
Voordat u een opname maakt, kunnen extreem heldere of donkere
gebieden (zoals gezichten of achtergronden) worden gedetecteerd en
automatisch worden aangepast aan de optimale helderheid.
Geef DR-correctie op om vervaagde highlights te vermijden. Geef
schaduwcorrectie op om beelddetails in schaduwen te behouden.
• In sommige opnameomstandigheden kan de correctie
onnauwkeurig zijn of korrelige beelden veroorzaken.
• U kunt ook bestaande beelden corrigeren (=
127).
• U kunt de camera ook zo instellen dat u door te draaien aan de ring <y> de
instellingen voor DR-correctie of schaduwcorrectie aanpast (=
97).
Kommentare zu diesen Handbüchern