
77
Geavanceerde opnamefuncties
4
Instellingen voor de ingebouwde flitser kiezen
De ingebouwde flitser wordt geactiveerd met automatische flitserinstellingen
(behalve in de modus ) maar het is mogelijk de flitser zo in te stellen dat
deze zonder aanpassingen flitst.
1 Selecteer [Flits instel.] in het menu
[ (Opname)].
Zie Menu's en instellingen selecteren
(Verkorte handleiding: p. 16).
2 Gebruik de knop of om [Automatisch] of [Handmatig]
te selecteren en druk vervolgens op de knop MENU.
U kunt instellingen selecteren door het multifunctionele keuzewiel te draaien.
Flitserinstelling/flitsintensiteit instellen
Programmakeuzewiel
Programmakeuzewiel
*1 Wanneer [Flits instel.] is ingesteld op [Handmatig], kunt u instellingen voor de
flitsintensiteit invoeren.
*2 Alleen [Flits output] kan worden ingesteld.
Belichtingscom-
pensatie voor
de flitser
z
Wanneer [Flits instel.] is ingesteld op [Automatisch], kunt u de instellingen
aanpassen met stappen van 1/3 in het bereik van –2EV tot +2EV.
z
U kunt foto's maken met de flitser en belichtingsaanpassing door ook
de functie voor belichtingscompensatie van de camera te gebruiken.
Flitsintensiteit
z
Wanneer u opnamen maakt in de modus of wanneer de optie
[Flits instel.] is ingesteld op [Handmatig], kunt u de sterkte van de flitser
in drie stappen regelen, tot en met maximaal.
*1 *1 *2
Kommentare zu diesen Handbüchern