
149
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Wi-Fi-functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Modus Hybride automatisch /
Dubbele opname
5 Kies een item dat u wilt
bewerken.
z Druk op de knoppen <o><p> om een
item om te bewerken te kiezen en druk
op de knop <m>.
z Welke items u kunt wijzigen, hangt af van
het apparaat of de service waartoe de
camera toegang heeft.
Configureerbare items
Verbinding
4
c
Webservices
[Bijnaam apparaat veranderen]
(=
149)
OOOO
–
[Instell. tonen] (=
132, 136)
–
O
–– –
[Verbindingsinfo wissen] (=
150)
OOOO
–
O
: Configureerbaar
–
: Niet configureerbaar
De bijnaam van een apparaat wijzigen
U kunt de bijnaam van het apparaat (weergavenaam) die op de camera
wordt weergegeven, wijzigen.
z Voer stap 5 uit in “Verbindingsinformatie
bewerken” (=
149), kies [Bijnaam
apparaat veranderen] en druk op de
knop <m>.
z Selecteer het invoerveld en druk op de
knop <m>. Gebruik het weergegeven
toetsenbord om een nieuwe bijnaam in te
voeren (=
27).
Wi-Fi-instellingen bewerken of wissen
U kunt Wi-Fi-instellingen als volgt bewerken of wissen.
Verbindingsinformatie bewerken
1 Open het Wi-Fi-menu (=
128).
2 Kies een apparaat om te
bewerken.
z Druk op de knoppen <o><p><q><r>
om het pictogram van het apparaat dat
u wilt bewerken te selecteren en druk
vervolgens op de knop <m>.
3 Kies [Apparaat bewerken].
z Druk op de knoppen <o><p> om
[Apparaat bewerken] te kiezen en druk op
de knop <m>.
4 Kies een apparaat om te
bewerken.
z Druk op de knoppen <o><p> om
het apparaat te selecteren dat u wilt
bewerken en druk op de knop <m>.
Kommentare zu diesen Handbüchern