
184
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Wi-Fi-functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Modus Hybride automatisch /
Dubbele opname
[h] knippert op het scherm wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt,
en opnemen is niet mogelijk (=
33).
[ ] verschijnt wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt
(=
33).
• Stel [IS modus] in op [Continu] (=
85).
• Klap de flitser op en stel de flitsmodus in op [h] (=
83).
• Verhoog de ISO-waarde (=
74).
• Plaats de camera op een statief of neem andere maatregelen om de camera stil te
houden. In dit geval moet u [IS modus] instellen op [Uit] (=
85).
De opnamen zijn niet scherp.
• Druk de sluiterknop half in om scherp te stellen op het onderwerp en druk de knop
daarna volledig in om een opname te maken (=
24).
• Zorg dat de onderwerpen zich binnen het scherpstelbereik bevinden (=
204).
• Stel [AF-hulplicht] in op [Aan] (=
51).
• Bevestig dat onnodige functies zoals macro worden uitgeschakeld.
• Probeer op te nemen met de focusvergrendeling of AF-vergrendeling (=
79,
82).
Opnamen zijn wazig.
• Afhankelijk van de omstandigheden tijdens de opname kan vervaging van beelden
optreden wanneer Touch Shutter wordt gebruikt. Houd de camera stil tijdens de
opname.
Er worden geen AF-kaders weergegeven en de camera stelt niet
scherp wanneer de sluiterknop half wordt indrukt.
• Om de AF-kaders weer te geven en de camera goed te laten scherpstellen, probeert
u de gebieden met veel contrast in het centrum van de compositie te plaatsen voordat
u de ontspanknop half indrukt. Of probeer de ontspanknop meerdere malen half in te
drukken.
De onderwerpen in de opnamen zijn te donker.
• Klap de flitser op en stel de flitsmodus in op [h] (=
83).
• Pas de helderheid aan met behulp van belichtingscompensatie (=
72).
• Pas het contrast aan met i-Contrast (=
74, 110).
• Gebruik AE lock of spotmeting (=
73).
De onderwerpen zijn te helder, de highlights zijn vervaagd.
• Klap de flitser in en stel de flitsmodus in op [!] (=
32).
• Pas de helderheid aan met behulp van belichtingscompensatie (=
72).
• Gebruik AE lock of spotmeting (=
73).
• Verminder de belichting van het onderwerp.
De opnamen zijn te donker, ondanks dat er is geflitst (=
33).
• Maak de opname binnen het bereik van de flits (=
204).
• Verhoog de ISO-waarde (=
74).
De onderwerpen in geflitste foto’s zijn te helder, de highlights zijn
vervaagd.
• Maak de opname binnen het bereik van de flits (=
204).
• Klap de flitser in en stel de flitsmodus in op [!] (=
32).
Het subvenster is donker.
• In sommige opnameomstandigheden kan het subvenster donkerder zijn dan het
opnamescherm.
Er verschijnen witte stippen of andere beeldartefacts in geflitste
opnamen.
• Dit komt doordat het licht van de flitser wordt weerspiegeld door stof- of andere
deeltjes in de lucht.
Opnamen zien er korrelig uit.
• Verlaag de ISO-waarde (=
74).
• Hoge ISO-waarden kunnen in sommige opnamemodi leiden tot korrelige beelden
(=
61).
Kommentare zu diesen Handbüchern